Bouwkroniek, website voor bouw en industrie
Bouwkroniek van deze week

Foamglas als wand-, vloer- en dakisolatie

Boerderij Nos Pilifs breidt uit met een ‘duurzame’ handlingdienst

Boerderij Nos Pilifs in Neder-over-Heembeek ligt in een groene oase van 5 ha aan de Brusselse ring. Het is een dynamische onderneming die bijna 150 personen tewerkstelt en waar alles draait rond respect voor mens en milieu. Ook de bouw van een nieuwe werkplaats moest daarom passen in hetzelfde duurzame en ecologische engagement.

Om aan de eisen van een passief- of lage-energiegebouw te voldoen, werd behalve de integratie van tal van energiebesparende technieken extra veel aandacht besteed aan duurzame isolatie. Het gebouw stond centraal in een recente reeks studiedagen voor architecten.

Zowat 120 van de 150 werknemers van Nos Pilifs zijn verstandelijk gehandicapt. De boerderij omvat een ecologische plantenwinkel, een taverne, een kinderboerderij, bio-kruidenierswinkel en een handlingdienst. Ook heeft Nos Pilifs een afdeling voor ecologisch tuinonderhoud, van ontwerp tot uitvoering.

Al in het verleden was het management achter Nos Pilifs sterk geboeid door ‘groene’ materialen en technieken. Omwille van de ademende eigenschappen is een deel van de muren van de taverne afgewerkt met leem, op het dak van het gebouw werden fotovoltaïsche panelen geplaatst, alle hemelwater wordt gerecupereerd en het afvalwater wordt gezuiverd in een lagune.

In 2006 groeide de vraag naar een beschutte werkplaats met handlingdienst, met inbegrip van een los- en laadkade. Op nagenoeg hetzelfde ogenblik lanceerde het Brusselse Instituut voor Milieubeheer (BIM) het initiatief om aan ecologische gebouwen in het Brusselse Gewest een subsidie te verlenen en dat gepaard te laten gaan met een wedstrijd. Het project van La Ferme Nos Pilifs werd in 2008 geselecteerd als één van de 76 duurzame voorbeeldprojecten inzake duurzaam bouwen van het Brusselse Gewest.

De bouwvergunning werd goedgekeurd op 4 september 2007, de eerste spadesteek dateert van 19 augustus 2009.  Intussen is het gebouw reeds in gebruik, maar nog enkele details zijn nog niet helemaal afgewerkt. Voor het beplanten van de helling waarin de nieuwbouw ingewerkt is, werkt Nos Pilifs volgens het tempo van de seizoenen en in de tijd die overblijft in de tuinafdeling.

Verwarmen met snoeihout

De nieuwe beschermde werkplaats voor handlingdienst heeft een grondoppervlakte van 565,5 m² en werd ontworpen als een passiefgebouw dat is opgetrokken met traditionele materialen. ‘Dat sprak ons enorm aan. Niet alleen omdat zoiets toen niet courant gebeurde, maar ook omdat het is bedoeld voor een nobel project als een beschutte werkplaats', aldus Joris Verhelst, bestuurder bij Algemene Ondernemingen Claessens uit Hamme.

Reeds in het bestek werd van de aannemer bijzonder veel aandacht gevraagd voor het omgaan met afval op de bouwplaats. Van alle voorbeeldprojecten inzake duurzame gebouwen was Nos Pilifs indertijd één van de weinige bouwheren die daar aandacht aan besteedde.

Claessens stond eveneens in voor de technieken. De verwarmingsketel werkt op houtsnoeisel van de tuinbouwactiviteiten van de werkplaats. Het snoeisel wordt vermalen, gedroogd en gebruikt om er ruimtes van in totaal 2.400 m² mee te verwarmen. ‘In principe zou een ketel van 15 kW voldoende zijn geweest, maar omdat die niet bestaat, werd gekozen voor een ketel van 25 kW.

Het principe is relatief nieuw en het heeft enige tijd geduurd vooraleer de afregeling perfect was’, vertelt Joris Verhelst. De ventilatie gebeurt via een Canadese put (Awadukt Thermo van Rehau) die in de zomer instaat voor de koeling van het gebouw en in de winter de aangezogen buitenlucht gebruikt om de binnenlucht voor te warmen. De lucht-aardewarmtewisselaar werkt met buizen uit polipropyleen met een antibacteriële binnenlaag.

Sensoren, lichtsterktemeters en bewegingsmelders waken erover dat alleen verlicht wordt op de plaatsen waar dat nodig is. Om eveneens te besparen op de intensiteit van het kunstlicht, wordt de tl-verlichting beheerd in functie van de natuurlijke lichttoevoer: hoe feller de zon binnenschijnt, hoe meer de tl-verlichting automatisch wordt gedimd. Het totale energieverbruik van het gebouw bedraagt 13,4 kWh m²/jaar. 

Bij het ontwerp en de uitvoering werd eveneens extra veel aandacht geschonken aan duurzame isolatie. Al vrij vroeg werd beslist dat Foamglas zou worden gebruikt, zowel voor de keldermuren, de spouwmuur van de voorgevel die is uitgevoerd met gebakken metselwerk en het extensieve en het intensieve groendak.

‘Omdat zowat de helft van het gebouw zich onder de grond bevindt, was de keuze vrij snel gemaakt’, zegt architect Jacques Meganck. ‘Foamglas is het enige isolatiemateriaal dat van een permanent vochtige omgeving absoluut geen hinder ondervindt. Bovendien is Foamglas bijzonder drukvast en uitstekend bestand tegen ongedierte.’

Waterdicht

Het economische optimum volgens het studiebureau Matriciel was 15 cm Foamglas onder de vloerplaat, in de muren en het plat dak en 10 cm voor in de spouw. Na het uitgraven van de bouwput tot 5 m diep kwam boven de 10 cm dikke laag beton 15 cm Foamglas. Daarop kwam een folie en een betonnen vloerplaat van 15 cm. Dankzij de drukverdelende eigenschappen van Foamglas moest de betonnen vloerplaat niet dikker zijn.

Alle ondergrondse muren zijn opgetrokken met Stepoc-blokken: holle betonstenen die droog op elkaar worden gestapeld, vervolgens gewapend met betonijzer en daarna volgepompt met beton. Aan de buitenkant zijn de keldermuren met bitumenlijm bekleed met Foamglas Ready Board. ‘Foamglas op zich is perfect waterdicht, de bitumenlijm die de Foamglas met de muur verbindt en die in de voegen tussen de isolatieplaten wordt geplaatst, is eveneens waterdicht.

Aan de buitenkant komt dan nog eens een beschermende en wortelwerende roofing. Ook de verbinding tussen de vloer en de muur is volstrekt waterdicht. Door zowel onder de vloerplaat Foamglas Floorboard en voor de muren Foamglas Ready Board te gebruiken, ontstaat een naadloze verbinding die geen koudebrug veroorzaakt en door de vulling van de voegen met koudlijm ook absoluut geen vocht doorlaat’, weet Dirk Vertommen, verkoopingenieur van Foamglas.

‘Deze bouwtechnieken waren voor ons volledig nieuw. Maar we hebben veel begeleiding gekregen. Om breuk te vermijden, hebben we in overleg met Foamglas eerst een werkvloer van 10 cm beton gegoten en daarop de isolatieplaten in een cementmortel geplaatst, zodat de isolatie op een perfect vlakke ondergrond kon worden geplaatst.

Op de plaatsen waar de kolommen moesten komen, moest de betonplaat dikker worden gegoten, waardoor de Foamglas-isolatie daar dieper kwam te liggen. Er is eveneens zorgvuldig bekeken welke overlapping er tussen de verschillende platen onderling nodig was om geen enkele thermische onderbreking te krijgen.

Ook de manier van plaatsen, plus hoe de overgang van de liggende isolatie onder de vloer naar de staande isolatie perfect kon worden uitgevoerd, werd vooraf grondig doorgepraat. Een groot voordeel van Foamglas is dat het gemakkelijk kan worden versneden met een zaag en voorts dat het veel steviger is dan bijvoorbeeld pur. Foamglas is bovendien volledig waterdicht. Voor een aannemer zijn dat belangrijke bijkomende zekerheden', aldus Joris Verhelst.

Groendak

De achterkant van het platte dak, waarop zowat 40 cm volle grond rust, is geïsoleerd met 15 cm Foamglas T4, geplaatst in warm bitumen en afgewerkt met een wortelwerende waterdichtingslaag.

Aan de voorkant, waar een minder zwaar extensief groendak werd voorzien, kwam Foamglas Tapered met ingebouwd afschot voor de afwatering. Het afschot werd vooraf zorgvuldig uitgerekend. De Tapered-platen werden afzonderlijk genummerd en met legplan op de bouwplaats geleverd.

Lichtstraat

Tussen het intensieve en het extensieve groendak bevinden zich 80 m² zonnepanelen en een lichtstraat die is samengesteld uit koepels met bovenaan spiegels die dankzij een gps-module altijd optimaal naar de zon zijn gericht.

Het zonlicht wordt naar de zijwanden van de koepel gestuurd, en komt via een diffuusfilter beneden terecht in een opslagruimte. Het resultaat is een lichtrendement dat 300% hoger ligt dan bij een traditionele koepel. 

De dichting wordt verzekerd door een tweelaags systeem van de Belgische fabrikant De Boer, geplaatst door aannemer Crabbé uit Zoutleeuw. De eerste laag is een gevlamlaste, polyestergewapende Debobase 3T/F K180. De tweede laag is een wortelbestendige Deborek 4 T/F Landscape.

Zonwering

Op de zuidgerichte voorgevel zijn al een pergola en bevestigingspunten voorzien voor klimplanten. Deze moeten zorgen voor passieve zonwering die meegaat met de seizoenen: op momenten met veel zon verlenen ze schaduw, in de herfst verliezen ze hun bladeren en laten ze het licht volop door. Een rietveld maakt het ecologische plaatje van dit project compleet.

Noemenswaardige problemen zijn er al bij al niet geweest, aldus de architect en de aannemer, behalve een moeilijk te realiseren luchtdichtheid bij de aansluiting tussen de houten ramen en het metselwerk. Het was voor heel wat partners in de bouwploeg een belangrijk leerproces. – FVDL

terug